vrijdag 11 mei 2018

Persbericht Bezwaarschrift Straatnamen Leiden




Bezwaarschrift Straatnamen Leiden

Vandaag is er een bezwaarschrift gestuurd aan gemeente Leiden na hun weigering handhavend op te treden tegen koloniale verheerlijking. Eind januari werden in diverse steden vergelijkbare verzoeken ingediend na een oproep op de facebook pagina van De Grauwe Eeuw. Tot nu toe heeft enkel de gemeente Leiden gereageerd. In de andere gemeenten; Amsterdam, Breda en Den Haag is daarom vandaag het dwangsommiddel ingeroepen. Het lijkt erop dat ze deze procedure nog wel even willen laten doorslepen maar dat maakt voor ons geen verschil, wij hebben een lange adem.


- B E Z W A A R S C H R I F T -

Geachte College,

Hierbij ga ik, ondergetekende ….., wonende te Leiden, in bezwaar tegen uw besluit d.d 29 maart 2018 met kenmerk …. Uw besluit mijn handhavingsverzoek d.d. 13 februari 2018 niet ontvankelijk te verklaren. De gronden van mijn bezwaar luiden:

U stelt zich ten onrechte op het standpunt dat ik niet in mijn eigen belang geraakt zou worden en het geen rechtstreeks belang betreft.

Artikel 125 Gemeentewet
U stelt zich ten onrechte op het standpunt dat artikel 1 van de Grondwet u geen handhavingsbevoegdheid geeft. De Grondwet omschrijft de centrale taak van de overheid. Voor zover de grondwet geen directe handhavingsbevoegdheid geeft dient deze wezenstaak door de overheid te worden gerealiseerd in lagere wetgeving. Zo de gemeentewet u geen handhavingsbevoegdheid geeft, duit dit enkel op een ernstige tekortkoming in de wetssystematiek.

Geen besluit
U stelt zich ten onrechte op het standpunt dat uw besluit geen besluit is nu deze volgens u geen rechtsgevolgen heeft. Het rechtsgevolg van uw besluit is dat ik ernstig belemmerd wordt in de ongehinderde uitoefening van mijn grondrechten zoals die mij zijn gegarandeerd in de grondwet en internationale verdragen.

Eigen belang
Graag wijs ik u er op wijzen dat het hier door u aangehaalde citaat uit mijn handhavingsverzoek de definitie van discriminatie betreft zoals vervat in artikel 90quater van het wetboek van strafrecht.

Objectief bepaalbaar belang
Met uw stelselmatige ontkenning van historisch vaststaande feiten creĆ«ert u hier een sofisme. Het betreft hier (door mij) ‘vermeende massamoordenaars’ zoals u dit graag zou zien, maar ‘massamoordenaars. Dat is objectief vaststaand historisch feit waar geen enkele discussie over mogelijk is. Met de stelselmatige ontkenning van dit feit, waar u zich in uw brief ook schuldig aan maakt, wordt ik ernstig belemmerd in de uitoefening van mijn grondrechten. Derhalve maakt u zich als overheidsorgaan met uw brief schuldig aan discriminatie zoals strafbaar gesteld in onder anderen artikel 137g van het wetboek van strafrecht.

Persoonlijk belang
Ik kan me in Leiden niet verplaatsen zinder tegen schokkende koloniale verheerlijking aan te lopen. Dat u met een meetlint de enkele voorbeelden welke ik in mijn handhavingsverzoek genoemd heb bent gaan nalopen, doet daar zeker niet aan af. Of wenst u mij no go zones op te leggen?


Tot slot
Ik persisteer en volhard in al hetgeen ik in deze procedure reeds naar voren heb gebracht en beschouw dat bij deze als herhaald en ingelast.

Verzoek
Het is op deze grond dat ik meen dat ten onrechte wordt besloten mij niet ontvankelijk te verklaren in mijn handhavingsverzoek. Ik verzoek dan ook gegrondverklaring van dit bezwaar en alsnog uitvoering te geven aan mijn handhavingsverzoek d.d. 13 februari 2018.

Voorts verzoek ik vergoeding van de kosten van deze bezwaarfase.

Hoogachtend,

XXXXXXX


-----------

Concept ingebrekestelling zoals cerstuird naar de andere gemeenten:

- I N G E B R E K E S T E L L I N G -


[Maam]
[Straat] #
######  [PLAARS]
tel: ## - ### ## ###
[email]
Gemeente [Plaats]
t.a.v. het college van B&W
[Straat] #
######  [PLAATS]


betreft: Ingebrekestelling niet tijdig beslissing handhavingsverzoek.
uw kenmerk: [Kenmerk]

[Plaats], 10 mei 2018
Geacht college,

Door middel van deze brief stel ik u conform artikel 4.17 algemene wet bestuursrecht (hierna: AWB) in gebreke vanwege het niet binnen de in artikel 4.13 AWB genoemde redelijke termijn, welke termijn op 1 maart jl. verstreken is, reageren op mijn handhavingsverzoek d.d. 30 januari 2018.

Zo u niet binnen twee weken na heden alsnog reageert op mijn handhavingsverzoek, verbeurt u aan mij ingevolge 4.17 lid 2 AWB een dwangsom.

In afwachting van uw spoedige reactie verblijvende.

Hoogachtend,



[Naam]





Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Persbericht: Verdere juridische stappen inzake het genocidefeest van TivoliVredenburg!

Persbericht: Verdere juridische stappen inzake het genocidefeest van TivoliVredenburg! Actiegroep de Grauwe Eeuw heeft vandaag verder...