zaterdag 16 februari 2019

Reactie Grauwe Eeuw op antwoord onderzoeksgroep



Onderstaande email stuurden wij naar het onderzoeksteam verantwoordelijk voor het onderzoek naar geweld tijdens de politionele acties. Dit is een reactie op hun publicatie waarin aanvullende antwoorden werden gegeven.


Beste Frank, beste onderzoeksgroep.

Wij (De Grauwe Eeuw) willen graag reageren op jullie aanvullende antwoorden van maandag jl. Wij zullen ons toespitsen op het door ons ingebrachte gedeelte want wij kunnen niet voor de anderen praten. Er komt spoedig nog een collectieve reactie van de ondertekenaars maar omdat ons aandeel vooral over nieuwe onderzoeksvragen gaat en de rest vragen waren over een reeds bekend deel van het onderzoek, willen wij graag apart reageren op dit gedeelte.

We willen we tevens namens onszelf benadrukken dat jullie reactie niet ervan getuigt dat jullie daadwerkelijk begrijpen wat racisme is en hoe jullie eraan (kunnen) bijdragen. Dat maakten meerdere situaties tijdens de ronde tafel ook ons duidelijk. Het meest recente, tevens duidelijk voorbeeld is echter dat een witte academicus een uitgebreid uitgewerkt antwoord krijgt en de niet witte mensen worden afgescheept met een schijn antwoord.

Betreft jullie antwoord aan ons:
Allereerst: Jullie wassen onze woorden wit of zelfs helemaal uit door jullie gegoochel met woorden. Wij hebben namelijk geëist dat er onderzoeksvragen aan jullie onderzoek toegevoegd worden. We hebben dat dus niet voorgesteld, het enige wat we voorstelden was de vorm van de vragen, dus niet dat die (of bepaalde) vragen er in zouden komen. Wanneer jullie een eis afdoen als suggestie dan ontnemen jullie het dringende aspect van deze eisen weg, het belang van de onderzoeksvragen die we eisen onstsnapt zo mogelijk aan de buitenstaanders die meelezen . Een suggestie doet ook voorkomen alsof het geen kritiek was op jullie onderzoek terwijl het juist kritiek is op een onvolledig onderzoek. Het onderzoek is bij uitstek onvolledig alleen al omdat jullie officiële standpunt is dat het niet vast te stellen is dat Indonesië de RTC afpers som betaald heeft of niet. De uitkomst van die vraag heeft namelijk op veel van jullie onderzoeksvragen invloed.

Een ander punt mbt de terminologie waar we op willen ingaan is de manier waarop jullie de onderzoeksvragen die wij eisen omschrijven. Wij vragen niet om een onderzoek naar de economische kant van kolonialisme, onze onderzoeksvragen gaan specifiek over de verbanden tussen de economische motieven en de mate van hevigheid van het Nederlandse geweld. Er zijn genoeg onderzoeken over de economie voor, tijdens en na de politionele acties. Zo zijn er bijvoorbeeld het onderzoek "Het Nederland belang Indië" van Baudet en Fennemaover de periode na de dekolonisatie en het onderzoek van economisch wetenschapper Gé AH Prince 'De economische samenwerking tussen Nederland en Indië' en talloze andere onderzoeken. Er is geen enkel onderzoek naar het of, hoe en in welke mate economische motievenbijdroegen aan het gepleegde Nederlandse geweld. Jullie wissen hiermee een heel belangrijke nuance uit omdat juist die verbanden 150.000 mensen het leven kosten.

We hebben ook wat concrete vragen nav jullie reactie.

-Waar staat beschreven welke van onze onderzoeksvragen er wel in jullie onderzoek voorkomen? Wanneer jullie daar geen transparantie over geven, dan bemoeilijken jullie ons om tijdig de ontbrekende punten te onderzoeken. Dit lijkt op een bewuste strategie van jullie omdat wij aangekondigd hebben zelf onderzoek te gaan doen wanneer onze vragen niet toegevoegd worden.
Jullie geven ook aan dat de meeste van onze vragen in het onderzoek opgenomen zijn en dat is aangegeven in het gesprek. Jullie hebben dit tijdens dit gesprek wel geopperd maar jullie reactie was speculatief en het leek alsof jullie zelf niet zeker wisten of onze punten onderzocht worden. Voor ons was het ook volslagen onduidelijk of en zo ja welke vragen in het onderzoek voorkomen. Het is daardoor onduidelijk of en welke vragen er na de ronde tafel zijn toegevoegd. Kunnen jullie dat nog kenbaar maken?

-Wanneer deze vragen al voor ons overleg in het onderzoek zaten, gaan jullie dan de evt vragen die niet in het onderzoek voorkomen alsnog toevoegen? De vragen gerelateerd aan de 4,5 miljard zullen namelijk sowieso niet voorkomen in het onderzoek zoals het uitzag tot aan de ronde tafel, gezien jullie officiële standpunt over de 4,5 miljard. Andere vragen zijn daardoor mogelijk gebaseerd op onjuiste info.

Wij hebben, naast die onderzoeksvragen meer zaken geëist waarop jullie niet ingegaan zijn.

-Waar is de reactie op onze eis een onafhankelijke onderzoeker de samenvatting te laten schrijven. Er waren al legitieme bezwaren tegen Gert Oostindie maar wanneer jullie onze kritiek over Oostindies impliciete en expliciete racisme ook nog gaan negeren dan is dit onderzoek sowieso nooit onafhankelijk. Jullie beloofden dat er ook focus zou liggen op racisme, dan kun je niet anders dan ook de focus leggen op het racisme in jullie eigen onderzoek. Jullie wissen met deze actie overigens ook onze niet witte en antiracistische perspectieven uit en beschermen Oostindie zo tegen terechte kritiek. Wanneer er in de onderzoeksgroep zelf al zulke witte solidariteit heerst, wat doen jullie dan met de voorbeelden van racisme die uit het onderzoek boven komen?

-Waar is onze reactie op de eis dat er uit respect voor mensenrechten een apart gedeelte zou komen over de grootschalige Nederlandse roof en het racisme wat hieraan ten grondslag lag? Dit gedeelte lijkt ons vooral voor het NIOD iets om serieus te nemen.

Beste Frank, beste onderzoekers, jullie gaven nu al meerdere malen aan dat wij jullie moesten vertrouwen. Frank, jij deed dat al in Pakhuis de Zwijger in september en daar is jou haarfijn uitgelegd dat het voor niet witte mensen statisch en historisch gevaarlijk is om witte instituten op hun woord te geloven. Jij werd hierop zelfs kwaad en wou weglopen. Ook aan de ronde tafel werd er op mijn stelling gereageerd met verontwaardiging. Dit terwijl, wanneer jullie de geschiedenis zouden kennen, jullie zouden moeten weten dat die stelling legitiem is. Met jullie reactie op ons, die jullie zelfs op jullie site plaatsen, doen jullie exact hetgene als waar wij op doelden toen wij aangeven dat ons vertrouwen alles behalve vanzelfsprekend is. Jullie wissen onze stem uit en doen dat bewust, zoveel is ons inmiddels wel duidelijk geworden.

Wanneer jullie dan toch zo graag ons vertrouwen hebben, zouden een compleet antwoord en een rectificatie of minstens aanpassingen een beschaafd begin kunnen zijn om te bewijzen jullie ook echt te vertrouwen zijn. Ons scepticisme jegens jullie onderzoek is nu echter exponentieel aan het toenemen. Dat zal toch niet de beoogde uitkomst van de bijeenkomst zijn geweest?

Wij zien graag jullie reactie, inclusief de ontbrekende antwoorden, tegemoet.

Met vriendelijke groeten,

Michael van Zeijl

De Grauwe Eeuw

vrijdag 1 februari 2019

Persbericht: Nederland stal miljarden van Indonesië Indonesië betaalde de wederopbouw van Nederland.








- P E R S B E R I C H T - (English below)
Nederland stal miljarden van Indonesië Indonesië betaalde de wederopbouw van Nederland.


UTRECHT, Zaterdag 2 februari 2019 - Afgelopen donderdag vond er een ronde tafel discussie plaats tussen het onderzoeksteam van NIOD, KITLV en NIMH, de instituten die onderzoek doen naar het geweld in Nederlands Indië/Indonesië in de periode ‘45-’50, en ondertekenaars van een open brief waarin felle kritiek geuit werd jegens dat onderzoek. O.a. vertegenwoordigd was Actiegroep De Grauwe Eeuw, die de open brief ook getekend had en die enkele eisen aan het onderzoeksteam stelde omdat de groep het onderzoek anders niet legitiem vindt. Dit baseerde De Grauwe Eeuw o.a. op informatie waarop leden van de groep gestuit waren. “Wij doen al enige tijd zelf onderzoek naar deze periode en kwamen er zo achter dat de financiële belangen een wel heel belangrijke factor speelde in het geweld wat Nederland in hen oude kolonie gebruikte.” aldus Michael van Zeijl, woordvoerder van de actiegroep. “Zo’n grote factor, dat het meegenomen moet worden in dit onderzoek.” vervolgt van Zeijl.
“Tevens hebben wij een decennia oud raadsel opgelost, wij zijn namelijk in het bezit gekomen van het onomstotelijk bewijs dat Indonesië minstens fl 3,88 miljard heeft betaald van de afpers som van fl 4,5 miljard die Nederland eiste in het RTC verdrag in ruil voor hun vrijheid, een bedrag omgerekend evenveel als de volledige Marshallhulp aan Nederland.”, gaat van Zeijl verder “Nederland heeft altijd onduidelijkheid gezaaid over of en hoeveel Indonesië heeft betaald, dat was aan de overlegtafel ook te merken toen de onderzoekers gevraagd werd of Indonesië ooit betaald heeft aan Nederland. Het letterlijke antwoord was; ‘Daar zijn tegenstrijdige meningen over.’, en wij weten nu wat de feiten zijn.”, grijnst de activist. De Grauwe Eeuw heeft meerdere documenten in bezit met de bevestiging dat Indonesië betaalde en waar o.a. Uit blijkt dat Nederland doelbewust miljarden heeft gefraudeerd ten nadele van Indonesië. “Nederland heeft tijdens de RTC een sprookjesbedrag van fl 6,5 miljard gevraagd maar uit deze documenten blijkt dat een groot deel van dat bedrag ongefundeerd is. Dit deel was door een Nederlandse topambtenaar genaamd Hirschfeld uit de duim gezogen omdat Nederland ervan uitging dat niet alle RTC claims door de onderhandelingen zouden komen en die op deze manier wel opgevangen werden.” betoogt van Zeijl. “Laat dit eens goed op je inwerken. Dit is gewoon dezelfde smerige Nederlandse kolonisten mentaliteit die we al 5 eeuwen zien. Nederland minacht de mensen die ze afknepen nog steeds trouwens. Kijk naar de dodenherdenking waar ze nog steeds de slachtoffers onder de oorspronkelijke bewoners van de Archipel, die Nederland maakte, niet herdenken maar hun moordenaars wel. Terwijl Indonesië nota bene voor de wederopbouw van dit land heeft betaald.”, concludeert van Zeijl "Wij hebben, voor onze eigen veiligheid, verschillende relevante partijen en internationale hoogwaardigheidsbekleders op de hoogte gesteld van de documenten en stellen ze voor hun beschikbaar. Het onderzoeksteam hebben we de informatie gegeven zodat zij deze kunnen meenemen in hun onderzoek. Omdat we Nederland niet vertrouwen publiceren we de documenten pas wanneer een onafhankelijke partij ze heeft gezien en het bestaan ervan authenticeert. De inhoud van het meest belastende document is het volgende:"


English:




*foto's later toegevoegd/pictures added later




--- - M E M O R A N D U M - Van: DBI/EF 18 mei 1956 Aan: DBI no 99 Indonesische schulden.- Volgens een Pia-bericht van 16 mei heeft de financieel-economische sectie van de Staatscommissie ter bestudering van de ge­volgen van de opzegging der RTC-overeenkomsten een viertal sub­secties ingesteld. Een dezer sub-secties zal zich bezig houden met de schuldenregeling. Volgens het bericht heeft deze sub­sectie tot taak een standpunt te formuleren ten aanzien van de schulden die Indonesië aan Nederland heeft als uitvloeisel van de RTC-overeenkomsten, en de kwestie van de Indonesische bijdrage voor de pensioenen van ambtenaren van het voormalige Nederlands-Indische Gouvernement. Aangezien er nog geen indicaties bekend zijn omtrent de rich­ting waarin deze sub-sectie zal werken, is dus ook nog niet te voorspellen welk advies zij aan de regering zal geven. Desalniettemin zou DBI/EF terzake een veronderstelling willen uitspreken. Het lijkt on waarschijnlijk dat de sub-sectie zal aanbevelen om alle schulden aan Nederland integraal te blijven aanvaarden, terwijl anderzijds een annulering van alle schulden met een be­roep op de eenzijdige opzegging van de Finec ook niet zeer waarschijnlijk lijkt. Het komt DBI/EF waarschijnlijk voor, dat de sub-sectie zal ad­viseren slechts een deel van de ter RTC overgenomen schulden te honoreren. Het deel dat van de hand gewezen zal worden, zal vermoedelijk verband houden met de laatstelijk door Sumitro aangeroerde kwestie van "de aan Indonesië opgedrongen schulden met een onereus karakter". Vermoedelijk zal de sub-sectie met een berekening komen, waarmede aangetoond wordt dat ·-de kwijtge­scholden f. 2 miljard niet alle kosten van de politionele ac­ties tegen Indonesië dekt, met andere woorden dat een deel van de door Indonesië hij de Soevereiniteitsoverdracht overgenomen schulden een onereus karakter heeft, hetwelk zij zal aanbevelen niet meer te aanvaarden. De vraag is hoe groot dit naar Indonesische mening als onereus te kwalificeren deel der RTC-schulden is. Ter RTC is van Indonesische zijde een opstelling gemaakt van de schulden, die naar Indonesische mening niet voor overname in aanmerking behoorden te komen, aangezien deze ontstaan waren als uitvloeisel van de politionele acties. Het totale bedrag hiermede gemoeid zou volgens bedoelde Indonesische opstelling f. 3, 5 miljard bedragen hebben. Indien deze opstelling door de sub-sectie als richt­snoer wordt aanvaard, zou dit betekenen dat Indonesië zich thans van een bedrag ad f. 1,5 miljard zou ontdoen. De huidige stand van de Indonesische schulden overgenomen ter RTC bedraagt circa f. 640 miljoen. Hierbij komt nog het nog niet afgeloste deel van de in 1950 verstrekte lening, bedragende circa f. 240 miljoen. Het totaal van de RTC-schulden plus de lening van 1950 bedragen derhalve rond f. 880 miljoen. Zou de sub-sectie adviseren conform de Indonesische schuldenopstelling ter RTC, dan zou dit betekenen dat de gehele nog uitstaande RTC-schuld plus het restant van de lening 1950 door Indonesië geannuleerd zou worden. Daarboven zou dan nog een bedrag van f. 1,5 miljard - f. 880 miljoen = f. 620 miljoen open blijven staan als bedrag waarop Indonesië recht zou hebben. De Vraag is hoe Indonesië zich hiervoor zou willen schadeloos stellen. Hoewel in strijd met alle rechtsbeginselen lijkt het niet geheel uitgesloten, dat, aangenomen dat de sub-sectie de Indonesische schuldenopstelling anno 1949 als richtsnoer ge­bruikt, de Indonesische regering verhaal zal zoeken op de in In­donesië aanwezige Nederlandse particuliere vermogensobjecten. Dit wil dus zeggen confiscatie tot een bedrag van circa f. 620 miljoen. Een andere methode zou wellicht kunnen zijn de nog resterende Indonesische pensioenverplichtingen geheel te annuleren. De geka­pitaliseerde waarde van deze verplichtingen, voor zover nog door Indonesië gehonoreerd, is echter belangrijk minder dan f. 620 miljoen. Vermoedelijk bedraagt deze waarde rond f. 150 miljoen. Hierin zou Indonesië dus onvoldoende verhaal voor zijn eventuele vermeende claim kunnen vinden. De vraag is wat van Nederlandse zijde eventueel tegen een dgl. gang van zaken ondernomen zou kunnen worden. Het antwoord op deze vraag moet helaas zeer teleurstellend zijn nl. vermoedelijk niets. Het resultaat van eventuele rechtstreekse demarches staat bij voorbaat reeds vast, terwijl het interes­seren van andere landen voor de Nederlandse financiële belangen bij Indonesië, naar thans gebleken is, ook nauwelijks enig re­sultaat oplevert. Dezerzijds worden nog wel pogingen in het gesteld om na te gaan hoe men ter RTC tot het bedrag van f. 2 miljard kwijtgescholden schuld is gekomen. Dit is zeer moeilijk na te gaan aangezien de finale vaststelling geschiedde in een zeer kleine Commissie die geen stukken heeft geproduceerd. Wat tot dusverre wel is gebleken is dat van Nederlandse zijde gemotiveerd werd aangetoond dat de kosten verbonden aan de politionele acties slechts __ circa f. 700 miljoen hebben bedragen. Hoe de ont­brekende f. 1300 miljoen berekend zijn is onbekend. Het schijnt dat de heer Hirschfeld tot dit bedrag is gekomen door alle schulden, waarvan naar zijn mening te verwachten w.as dat zij door In­donesië toch niet gehonoreerd zouden worden, bij elkaar op te tellen. Door de heer Evers, destijds lid van de Militaire subcommissie ter RTC, zal zo spoedig mogelijk terzake contact met Dr. Hirschfeld worden opgenomen. DBI/EF vreest echter dat hoezeer wij ook kunnen aantonen dat de kwijtgescholden f. 2 miljard geheel of meer dan geheel de kos­ten van de politionele acties dekt, dit weinig of niets zal kun­nen veranderen aan de Indonesische eventuele plannen. Tenslotte zij nog aangetekend dat de heer Sumitro is zijn beruchte artikel in Pedoman van 24 april tot de slotsom kwam, dat Indone­sië een vordering heeft op Nederland van f. 540 miljoen (na annulering van alle schulden). Dit bedrag is niet ver verwijderd van de hierboven vermelde f. 620 miljoen.
------


English:

Friday Februari 1st, 2019 Pressrelease: The Netherlands stole Indonesian billions Indonesia payed for post WWII reconstruction of The Netherlands P R E S S R E L E A S E - The Netherlands stole Indonesian billions Indonesia payed for Post WWII reconstruction of The Netherlands Utrecht, Saturday February 2nd 2019 - Last Thursday a round-table discussion took place between a research group of NIOD, KITLV and NIMH, the institutions researching the violence perpetrated in the Dutch Indies/Indonesia in the period 1945 to 1950, and signatories of an open letter sharply criticizing the investigation. Represented among others was Activist Collective ‘De Grauwe Eeuw’, whom having signed the open letter, had set some requirements for the research group to be met, in order to be able to legitimize the investigation at all. ‘The Grauwe Eeuw’ had based these demands among others on information by their members. Spokesperson for the collective, Michael van Zeijl, states: “We’ve been conducting our own research and found the financial interests were a significant factor in the violence the Dutch met out in their former colony. Such a significant factor it should be considered in this investigation”. “What’s more is we have solved a decades old riddle. We’ve gained possession of irrefutable evidence of Indonesia having payed at least fl. 3,88 billion out of the initially in the Round Table Conference (RTC) treaty demanded fl. 4,5 billion. An extortion sum to be payed in exchange for granting Indonesia their freedom. A sum, which when converted equals the full amount of Marshall-help granted the Netherlands at the time”, van Zeijl continues. “Doubts as to weather or not, and if yes what amounts Indonesia has payed have always been sown by the Netherlands. Which was particularly noticeable when researchers were asked weather or not the Netherlands were ever payed by Indonesia. The literal answer was: ‘there’s conflicting opinions on that matter’, but we now know the stone cold facts”, the activist states with a grin. ‘De Grauwe Eeuw’ has multiple documents in its possession that not only confirm the fact Indonesia but also make it clear the Netherlands purposefully defrauded Indonesia out of billions of guilders. “During the RTC a fictive claim of a sum total of fl. 6,5 billion was made, yet these documents show a large part of the requested amount to be unfounded. These sums were made up by a top official by the name of Hirschfeld since he anticipated not all claims would make it and these fictive additions would diminish such losses” Van Zeijl argues. “Please let that sink in. This is the selfsame vile Dutch colonizer-mentality that we’ve seen for the last five centuries. The Dutch in the meantime still despise the peoples they pinched off. Just take into account the commemoration of the dead, where perpetrators are honored, yet their victims amongst the original inhabitants of the Dutch established archipelago are excluded from said commemoration and in so doing erased. While in addition to that having had Indonesia pay for the post WWII reconstruction of the Netherlands” Van Zeijl concludes. “In order to secure our own safety, we have informed several relevant parties and international dignitaries of the existence of these documents and are making them available to them. Also we’ve provided the information to the research group in order for it to be added to the investigation. Since we do not trust the Dutch State we’ll only publish these documents after authentication by an independent party. *** - M E M O R A N D U M - Sender: DBI/EF May 18th 1956 To: DBI no 99 Indonesian debts.- According to a Pia-message dated the 16th of May, the financial-economical department of the State-commission inquiring into results of terminating the RTC-accords, has set out four subsections. One of these subsections shall deal with debt settlement. According to the message this subsection is tasked with formulating a standpoint regarding the Indonesias debts to the Netherlands flowing forth from the RTC-accords, and the matter of Indonesian contributions the former Dutch-Indies government-officials pensions. Given there’s no indications as to what direction this subsection shall be taking, there’s no way of predicting what advice the government shall be offered. Notwithstanding that DBI/EF purposefully would like to formulate a supposition. It seems unlikely the subsection shall recommend accepting all debts to the Netherlands in it’s entirety, while on the other hand an annulment of all debts invoking a one-sided cancellation of Finec doesn’t seem very likely either. It seems likely to DBI/EF that it’s to be adviced by the subsection to honor only parts of the debts adopted at the RTC. The parts expected to be rejected will probably be in relation to the by Sumitro recently mentioned matter of ‘onerous debt forced upon Indonesia’. Likely the subsection will contain calculations showing .-the remitted f. 2 billion won’t cover all costs of the policing-actions against Indonesia. In other words: they will be recommending the onerous part of the at the sovereignty transfer adopted debt will no longer be accepted. - 2 - M E M E R A N D U M -2- What portion of the RTC-debts are to be qualified as onerous according to the Indonesian opinion, remains to be seen. From the Indonesian side at the RTC an adjustment of the debts was made, that according to Indonesian opinion does not qualify for acceptance, given they flowed forth from policing-actions. According to the Indonesian adjustment, the sum total involved would have amounted to f. 3,5 billion. In case the subsection accepts this adjustment as a guideline, consequence would be Indonesia ridding itself of an amount of 1,5 billion. Currently Indonesian debts accepted at the RTC amounts to approximately f. 640 million. Additionally there’s an amount open on the loan provided in 1950, worth approximately f. 240. Thus totaling the RTC-debts plus the 1950 loan at approx f. 880 million. Would the subsections advice be in conformity with the Indonesian RTC-adjustment, result would be Indonesia annulling the entire outstanding RTC-debt plus the remainder of the 1950-loan. On top of that Indonesia would remain entitled an amount worth f. 1,5 billion - f. 880 million = f. 620. How Indonesia would like to recompense is the question. Presumed the subsection will use the 1949 Indonesian debt-adjustments, though conflicting with all principles of law, the Indonesian government might countervail on Dutch private assets. Meaning confiscation up to approx f. 620 million worth. Another method may well be completely annulling the remainder of the Indonesian pension obligations. For so far still honored by the Indonesians, the capitalized value of these obligations constitutes a relevantly smaller amount then f. 620 million. Presumably this amounts to approx f. 150 million. Not providing Indonesia enough recompense - 3 - M E M O R A N D U M - 3 - for it’s potential putative claim. Question is what’s to be undertaken against such a cause of events from the Dutch part. The very disappointing answer to this question must be probably nothing. The to be expected end results ts of direct demarches are clear in advance, whereas it has turned out interesting other nations for Dutch financial interests in Indonesia has hardly yielded any results either. From our side we’re trying to attempt reconstructing how a remitted mount of f. 2 billion was compounded. which is very hard to establish seeing the final determination happened in a very small commission, producing no documents. So far it has turned out that on the Dutch part motivated proof of the costs in connection to the policing actions have been amounted at merely __ opprox f. 700 million. How the remaining f. 1300 million were charged is unknown. It appears mr. Hirschfeld arrived at this amount by adding those debts that to his opinion were expected not to be honored by Indonesia. Given the case at hand Mr. Hirschfeld will be contacted as soon as possible by Mr. Evers, member of the Military sub commission at the time. Though however much we’ll be able to demonstrate the costs of the policing actions or even more is covered by the remitted f. 2 billion, DBI/EF fears this will have little or no effect on Indonesias possible plans. Lastly note that in his famed Pedoman article of April 24th, Mr Sumitro came to the conclusion that Indonesia (after annulment of all debts) has a claim on the Netherlands worth f. 540 million. An amount not far removed from the above mentioned f. 620 million. ~*~


Aanvullende info/additional info

-Vertaling document in bahasa Indonesia
https://historibersama.com/memorandum-4-5-billion-guilders/

-Open brief van de ondertekenaars/open letter about research
https://historibersama.com/questions-about-the-dutch-research-project/

-Onderzoekseisen De Grauwe Eeuw/investigation demands the Gray Age

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=1974676829316208&id=1849062225211003

Video opnames bijeenkomst/video meeting

https://historibersama.com/questions-about-the-dutch-research-project/

https://www.facebook.com/historibersama/videos/1549193008517082/pl

donderdag 31 januari 2019

Indië verloren rampspoed geboren

Volgende tekst is een oproep van De Grauwe Eeuw aan het onderzoeksteam dat verantwoordelijk is voor het onderzoek naar het geweld in de periode 45/50 te Nederlands Indië/Indonesië. Deze volledige tekst is ook voorgedragen aan dit onderzoeksteam tijdens een bijeenkomst bij het NIOD, 31 januari jl, waarvoor enkele ondertekenaars van deze open brief waren uitgenodigd om hun kritiek op het onderzoek voor te leggen of om vragen te stellen. Wij deden echter geen van beiden maar hadden in plaats daarvan enkele eisen mbt het onderzoek die we ter plekke stelden.

"Indië verloren, rampspoed geboren"

De financiële kant van de kolonisatie van Nederlands Indië en van de “Agresi Militer Belanda" zijn essentieel in een onderzoek naar de onafhankelijkheid van Indonesië. Je kunt niet serieus onderzoek doen naar het einde van kolonialisme zonder het verhaal over het einde van 350 jaar economische uitbuiting wat resulteerde in de Roofstaat.

Dit is een onderzoek naar het einde van koloniale onderdrukking. Koloniale onderdrukking werd gedreven door uitbuiting en roof. Je kunt geen einde van koloniale onderdrukking beschrijven zonder het eindpunt van de roof (een eindpunt dat begon in 1949) als centraal punt te beschrijven. Liefst niet alleen in een vervolgonderzoek, maar ook al in dit onderzoek. Ten tweede is het geld vanzelfsprekend het begin midden en einde van een kolonie. Nederlands Indië werd beschouwd als een bedrijf, bedoeld om winst te maken. Het is dan ook onbegrijpelijk dat het geld eerder geen apart onderwerp van uw onderzoek was en we zijn dan ook verheugd met de toezegging van Frank van Vree van 13 september, dat het onderzoek zich dit jaar op de financiële kant richt.

Met betrekking tot dat onderzoek naar de financiële kant eisen wij dat er enkele onderzoeksvragen aan het onderzoek worden toegevoegd over de financiële belangen van Nederland in Nederlands Indië. Hieraan moet een apart gedeelte in de samenvatting van het onderzoek, dat door een onafhankelijk persoon geschreven wordt, gewijd worden. We benadrukken het belang van een onafhankelijk persoon omdat Gert Oostindie hiervoor ongeschikt is. Meermaals hoorden we de kritiek die ook in de open brief vermeld is maar wij willen daar nog graag wat aan toevoegen. OostIndie weet niet wat racisme is, dit heeft hij al meerdere malen aangetoond. Zo heeft hij geen besef van de ongelijke machtsverhoudingen die hem privilegiëren waardoor hij denkt dat hij in een positie is om te oordelen over zaken waarop hij als witte man geen perspectief kan hebben. Hij verwerpt ook terechte kritiek van prominente antiracisten en academici en doet dat allemaal maar af als onzin. Wanneer hij kritiek ontvangt dan doet hij daarop reageren via een voor hem gunstig media platform waarin hij alle ruimte krijgt om niet witte perspectieven te delegitimeren en zijn autoriteit als academicus en als witte man te onderstrepen. Nog nooit heeft hij de kritiek ter harte genomen en geprobeerd zich te beschaven op het punt waarop kritiek gegeven werd. Hij praat continu over hoe niet witte mensen moeten handelen op alledaags racisme, als beelden van koloniale moordenaars, terwijl hij nooit racisme heeft ondergaan. Ook nivelleert hij kolonialisme en slavernij door te claimen dat wij dat in de tijdsgeest van toen moeten bekijken. Toen was het namelijk normaal, volgens hem. Waarmee hij dus vanuit een wit perspectief oordeelt aangezien het voor onze voorouders ook in die tijdsgeest afschuwelijk en alles behalve normaal is geweest. Een nogal racistisch argument dus. Wij vinden dat iemand die niet begrijpt hoe racisme werkt, die kolonialisme en slavernij nivelleert en die niet weet wat voor verantwoordelijkheden zijn privileges met zich meebrengen, ongeschikt is om de samenvatting van een onderzoek over koloniaal geweld te schrijven.

Een andere eis die we stellen is dat jullie publicatie over 1945-1949 uit respect naar mensenrechten een duidelijk onderdeel moet bevatten over de Nederlandse roof en over de racistische grondslag van de Nederlandse roof. Op z’n minst moet dit onderwerp al als uitgebreid eindpunt in de eerste volle publicatie vermeld worden, maar het moet vervolgens ook uitgebreid verder onderzocht worden. Dat is jullie taak. Wij helpen graag met ons perspectief en het onderzoek dat wij zelf al naar specifieke documenten hebben gedaan. Wij verwachten dat u onze oproep publiekelijk bekend maakt, wij zullen dit zelf ook doen via persberichten en via social media.

Aangezien het einde van kolonialisme pas ophoudt nadat de financiële onderdrukking gestopt is en omdat de economische situatie van voor de onderzoeksperiode van invloed was op de situatie tijdens die periode is de onderzoeksperiode van jullie onderzoek mbt de financiën te beperkt. Dit kan echter geen reden zijn om onze onderzoeksvragen te verwerpen gezien het belang van het onderwerp en de volledigheid van jullie onderzoek

De financiële afwikkelingen zijn ook van belang omdat jullie voornamelijk onderzoek doen naar geweld en geweld niet alleen maar fysiek is. Economisch geweld heeft ook enorme impact op een volk. Maar geld kan ook een drijfveer zijn geweest voor het excessieve fysieke geweld. Er zijn namelijk teveel situaties waarin het plausibel of zelfs aannemelijk is dat geld een belangrijke factor speelde in de mate van hevigheid van het gepleegde geweld.

Centraal staat dat Nederland in 1945 dat wat zij beschouwde als hun eigendom kwamen opeisen. Men wilde de vooroorlogse inkomsten uit de kolonie herstellen.

Een voor de hand liggende onderzoeksvraag:
Hoe groot waren de vooroorlogse inkomsten uit Nederlands Indië en hoe afhankelijk was het naoorlogse Nederland van het herstel daarvan?

De opvatting van die tijd was dat Nederlands Indië 13,7 procent van het BBP opleverde maar die opvatting wordt in twijfel gesteld door academici die het in een recenter verleden opnieuw hebben berekend. Duidelijk is dat die 13,7 procent als feit werd gezien in die periode, we kennen allemaal de uitdrukking "Indië verloren rampspoed geboren", een slogan uit een brochure uit 1930 die door opvatting van vlak na de oorlog enorm populair werd en zeer serieus genomen werd. Het verlies van zo'n substantieel deel van het BBP is een factor geweest in het besluit tot de eerste politionele actie en daarom onmisbaar in jullie onderzoek.

Volgens Leidse Historicus professor P. W. Klein stond Nederland in 1947, door tekort aan buitenlandse deviezen, op de rand van bankroet en daarom werd alles op alles gezet om de landbouwgronden zsm te zuiveren van vrijheidsstrijders om zo de uitvoer van landbouwproducten naar landen als de V. S. te herstellen. Dit is ook gebeurd waardoor bankroet voorkomen werd. Tijdens de tweede politionele actie was het herstel van de uitvoer van landbouwproducten niet meer de inzet mede omdat de eerste Marshallhulp ontvangen was. Toch was het dezelfde Marshallhulp die een rol kan hebben gespeeld in de hevigheid van het door Nederland gepleegde geweld. De internationale politiek veroordeelde namelijk dat Nederland een tweede politionele actie begonnen was, ondanks waarschuwingen van de V.S. dat een tweede invasie gevolgen kon hebben voor de Marshallhulp. TOCH besloot Nederland om door te gaan met de tweede politionele actie en de toorn van de V.S. te riskeren. Ook deze overweging duidt op het economische belang dat Nederland had in een herkolonisatie. Een onmisbaar aspect in jullie onderzoek dus.

Een mogelijke vraag zou zijn:
Wat voor invloed hadden de economische belangen op de mate van hevigheid van het gebruikte geweld?

De V.S. dreigde de Marshall hulp te stoppen en deed dit uiteindelijk ook voor het deel wat Nederland voor de voormalige kolonie geregeld had. Wanneer ook de hulp aan Nederland gestopt zou worden zou dat op twee financiële drama's uitlopen. Voor Nederland stonden dan namelijk de inkomsten uit de kolonie op het spel, maar Nederland zou dan ook de Marshall hulp mislopen. Men mag aannemen dat deze situatie extra druk heeft gelegd op het slagen van de invasie waardoor extreem geweld wellicht getolereerd of zelfs nodig geacht werd.

Een mogelijke en meer specifieke onderzoeksvraag zou zijn:
Heeft de dreiging de Marshallhulp stop te zetten de doorslag gegeven voor het gebruik van excessief geweld?

Ook moet worden onderzocht of de Marshallhulp is gebruikt voor de politionele acties. En zo niet waarmee deze dure oorlogen dan wel bekostigd zijn. Nederland had namelijk een staatsschuld van 23,6 miljard in 1945 omdat die schuld tijdens de oorlog verzesvoudigd was. Nederland was ook nog eens een substantieel deel van hen inkomen kwijt met het verlies van de kolonie. Daarnaast moest er een land opnieuw opgebouwd worden en was Nederland een zeer belangrijke inkomstenbron, de handel met Duitsland, kwijt door de oorlog. Vergeet niet dat er amper buitenlandse deviezen meer binnenkwamen zoals eerder aangegeven. De politionele acties waren in verhouding groter dan de gewelddadige Franse militaire operaties die dekolonisatie van Algerije moesten voorkomen. De politionele acties moeten dus vreselijk duur geweest zijn.

Een mogelijke onderzoeksvraag:
Waar kwam het geld voor deze militaire operaties vandaan?

In de RTC onderhandelingen die uiteindelijk op 27 december ‘49 tot de soevereiniteitsoverdracht leidde, was de FinEc een belangrijk twistpunt. Daar is uiteindelijk een voor Indonesië zeer nadelige deal uit gekomen waarbij ze fl. 4.5 miljard moesten betalen aan hun bezetter. Omdat de RTC onderhandelingen, die al gaande waren, en de tweede politionele actie elkaar overlappen kan e.e.a. elkaar beïnvloed hebben.

Een mogelijke onderzoeksvraag:
Hebben de financiële eisen van Nederland de politionele acties veroorzaakt of verlengd?

Deze laatste vraag kan alleen beantwoord worden als exact zicht komt op alle financiële verplichtingen die Nederland tot dat moment was aangegaan. Die verplichtingen kunnen ook juist de aanleiding zijn dat Nederland zo stug bleef vasthouden aan de fl. miljarden die ze Indonesië hebben laten betalen voor hun onafhankelijkheid. Daarom moet ook zicht komen hoe Nederland deze financiële verplichtingen uiteindelijk heeft afgehandeld.

Drie mogelijke onderzoeksvragen:
- Hoe afhankelijk was Nederland van de Marshallhulp?
- Hoe afhankelijk was Nederland van de fl. 4.5 miljard die Indonesië heeft betaald?
-Hoeveel hebben de politionele acties echt gekost?

Over de betaalde miljarden bestaat al decennia lang onzekerheid. Heeft volgens de onderzoeksgroep Indonesië dit geld betaald of niet? Volgens Griselda Molemans die onderzoek deed voor haar boek “opgevangen in Andijvielucht” heeft Indonesië namelijk nooit een cent betaald. Zij zou dit hebben uit documenten die in het Nationaal archief te College Drive in Washington liggen. Echter weten wij door dit document dat Indonesië altijd trouw betaalde tot de opzegging in 56. Dat doet vermoeden dat er gelogen is door de staat in officiële documenten.

Mogelijke onderzoeksvraag zou zijn:

Bestaan er zulke officiële documenten? Dus documenten waarin de staat liegt over de betalingen door Indonesië.

Wij weten dat Nederland door het natte vingerwerk van ene Hirschfeld tot de 6,5 miljard is gekomen omdat die ervan uitging dat door Indonesië enkele RTC claims niet geaccepteerd zouden worden. Om zich toch van dat geld te verzekeren eiste Nederland miljarden te veel in de RTC. Dat natte vingerwerk was hoogstwaarschijnlijk ook de reden van de nationalisering van Nederlandse bedrijven. Indonesië berekende namelijk dat de politionele acties veel duurder waren dan de door Cochran geschatte 2 miljard, die hij van de totale RTC claim van 6,5 miljard af trok, en dat ze met het aflossen van de RTC dus teveel betaald hadden. Om zich te verzekeren dat ze dat geld teruggekregen werden de betalingen van de RTC stopgezet werd er erna overgegaan tot nationalisatie.  

Nergens in de verslagen of onderzoeken naar het economisch herstel van Nederland zijn de afgeloste Indonesische miljarden te vinden terwijl die omgerekend evenveel waren dan de gehele Marshallhulp aan Nederland. Dat betekent dus dat Indonesië fiks heeft meebetaald aan de industrialisatie en wederopbouw van dit land. Helemaal wanneer de Marshallhulp de kosten van de politionele acties opgevangen heeft. Deze conclusies worden overigens ook getrokken door prof. Klein.

Een mogelijke onderzoeksvraag zou zijn:

Waaraan zijn de Indonesische miljarden uitgegeven?

Deze vraag is dus relevant omdat de onderhandelingen over deze mogelijk verzonnen miljarden de duur van de politionele actie mogelijk beïnvloed hebben, met al het extra excessief geweld tot gevolg.

Bovenstaande vragen zijn essentieel voor de conclusies van het onderzoek en wanneer deze geen deel van jullie onderzoek zijn dan is het onderzoek niet legitiem. Wij zullen dan zelf een onderzoek gaan doen dat gegarandeerd invloed zal hebben op de conclusies van jullie onderzoek.  

Tot slot.

West Papua was uiteindelijk een onoverkomelijk struikelblok, waar in de RTC slechts overeengekomen is daar binnen een jaar overeenstemming over te bereiken. Een toezegging die Nederland niet is nagekomen. Ook hier speelt geld een belangrijke rol; in 1936 was op West Papua een enorme goudmijn ontdekt. Inmiddels is duidelijk dat Nederland de enige partij aan de onderhandelingstafel was die wist van deze vondst. Ook dit onderwerp lijkt een nader onderzoek waardig.

Dus beste onderzoekers, er is werk aan de winkel want u zult het met me eens zijn dat het geld onlosmakelijk verbonden was met het geweld.
Coen wist dat 400 jaar geleden al toen hij zei:

“Geen handel zonder oorlog, Geen oorlog zonder handel.”

vrijdag 2 november 2018

Persbericht: De Grauwe Eeuw doet aangifte tegen de criminele organisatie van Jan H.



Bij Politie Zaandijk is er donderdag 2 november aangifte gedaan tegen burgemeester Jan Hamming van Zaanstad en vijf andere partijen wegens deelname aan criminele activiteiten in georganiseerd verband. Tevens werd er tegen alle partijen aangifte gedaan van discriminatie (art. 137 c t/m g Sr). De aangever was Michael van Zeijl van de Grauwe Eeuw, de groep die vorige maand aankondigde de racistische nationale intocht te gaan stoppen.

Van Zeijl werd evenals meerdere activisten vorige maand door Hamming uitgenodigd voor een gesprek, dat gesprek werd uiteindelijk de aanleiding van de aangekondigde acties. “Het gesprek ging grotendeels over hoe ik dacht over het besluit van gemeente Zaandam, om de intochten in die gemeente binnen 3 à 4 jaar geleidelijk te ontdoen van het racistische karikatuur Zwarte Piet”, aldus van Zeijl, “tijdens dat gesprek erkende de burgemeester ook dat Zwarte Piet racisme is”, vervolgt hij. “Het werd een stroef gesprek waarin zij mij probeerden te overtuigen dat uitfaseren van het racisme in Zwarte Piet een beschaafde oplossing is omdat de racistische massa aan het idee zou moeten wennen.” verzucht van Zeijl. “Eigenlijk zeiden ze dus dat slachtoffers van racisme nog langer racisme moeten blijven ondergaan om zo de gevoelens van de gepriveligieerde groep te sparen. Deze ‘oplossing’ maakt deze racistische situatie, waar mogelijk, nog racistischer. We werden het  ook niet eens en uiteindelijk veranderde het topic. Als laatste vroegen ze naar mijn plannen voor de intocht en of ze daaraan konden bijdragen. Na een kort en duidelijk nee hebben we afscheid genomen, het gespreksverslag zou nagestuurd worden. Toen Rogier Meijerink, die een vergelijkbaar gesprek had met de burgemeester, en ik samen een persbericht over het vierjaren plan van Zaandam en de burgemeesters erkenning van het racisme publiceerden loog de burgemeester alles af in de media. Uit het gespreksverslag wat ik ontving was bijna het gehele gesprek verwijderd, de aanvulling die ik daarom verzocht wilden ze niet toevoegen. De burgemeester zette ons dus als leugenaars weg. Dat de burgemeester, ondanks zijn erkenning van het racisme, toch de vergunning verleent, versterkt door zijn leugens, is de reden van ons besluit om de intocht te stoppen.” Legt van Zeijl uit. Omdat de burgemeester weigert te rectificeren publiceert van Zeijl via zijn persbericht ook de volledige geluidsopname die hij van het gesprek maakte.

Omdat De Grauwe Eeuw zeker wil zijn dat de burgemeester verantwoordelijkheid moet nemen heeft de groep ook besloten om dat te doen via strafrechtelijke procedures tegen alle partijen die volgens hem de middelen bezitten om deze intocht te stoppen maar die niet inzetten.

De partijen zijn en hun rol in de intocht zijn.
-Gemeenteraad en burgemeester van Zaandam wegens het financieren van mensenrechtenschendingen en wegens het verstrekken van de vergunning.
- Stichting NTR wegens het uitzenden van racisme;
- De Comissariaat van de media wegens het toelaten van het uitzenden van racisme;
- Kijkwijzer (NICAM) wegens het niet classificeren als 16+ van deze uitzending;
- Vink Vision BV. als organisator van de racistische intocht;
- Nederlandse Staat wegens het toestaan van de racistische intocht.

“Of het daadwerkelijk tot een handhaving en vervolg zal leiden is maar de vraag, aangezien het OM structureel weigert te vervolgen in racisme zaken. Het Nederlands recht is dan ook niet onze enige optie”, besluit van Zeijl.


Geluidsopname:

https://drive.google.com/file/d/1jl4IMuYnHkF17gNl-U7fI-szmxXq0VYu/view?usp=sharing

Gespreksverslag en mailverkeer:

https://drive.google.com/folderview?id=1EVphaTc4voY1hfoSBZ7YXvxppn_MnTZv

maandag 22 oktober 2018

Persbericht: Gemeente Utrecht koloniseert straatnamenproject

- P E R S B E R I C H T -

Gemeente Utrecht koloniseert straatnamenproject

UTRECHT, 22 oktober 2018 - Aanstaande zaterdag presenteert Utrecht een koloniale straatnamen wandel route. Dit project is geïnitieerd door Actiegroep De Grauwe Eeuw, echter probeert de gemeente op leugenachtige wijze zelf met de veren te pronken. “Dit is precies wat wij voor ogen hadden met ons verzoek op 17 augustus 2016.” aldus Michael van Zeijl van De Grauwe Eeuw.

De start van het straatnamenproject was een verzoek van Actiegroep De Grauwe Eeuw op 17 augustus 2016 waarin de commissie straatnaamgeving gevraagd werd te stoppen met koloniale verheerlijking. Dit werd door de commissie “… opgevat als een verzoek om wijziging straatnamen, hetgeen niet door de Actiegroep bedoeld was.” aldus het college van B & W op 24 november 2016.

Toen dat misverstand uit de lucht was heeft de gemeente het verzoek van De Grauwe Eeuw enthousiast en actief opgepakt. De actigroep werd gevraagd een werkgroep op te zetten. Hier stonden ze in eerste instantie argwanend tegenover, maar na persoonlijke toezeggingen van wethouder Diepenveen, is toch besloten een bijdrage te leveren. De Grauwe Eeuw heeft een werkgroep opgezet en een aantal mensen en organisaties uitgenodigd en betrokken. De gemeente maakte het project zelf groter dan de actiegroep had beoogd, door het als project bij de universiteit Utrecht uit te zetten. Vervolgens gebeurde precies dat wat De Grauwe Eeuw al vreesde en wat wethouder Diepenveen had bezworen dat niet zou gebeuren. Rechtse politici begonnen te mekkeren dat de gemeente samen werkt met een actiegroep. En onmiddellijk zwicht wethouder Diepenveen en dondert, recht tegen zijn persoonlijke toezeggingen in, de actiegroep uit hun eigen project. Jeffy Pondaag van stichting Comité Nederlandse Ereschulden (yayasan K.U.K.B.) was vanaf het begin van het project erbij betrokken en bevestigt de verklaring van De Grauwe Eeuw. "Ik was bij veel vergaderingen aanwezig en vanaf de allereerste bijeenkomst van "werkgroep straatnamen", zoals het project genoemd werd, hebben de activisten van De Grauwe Eeuw duidelijk gemaakt dat het veranderen van straatnamen niet de voorkeur had. Zij pleiten juist voor educatie en aanvullende informatie bij koloniale verheerlijking. Elke vergadering was ook gericht op hoe daaraan invulling gegeven zou worden. Ik ben ook vertrokken uit dat project omdat ik het schandalig vond dat De Grauwe Eeuw uit hun eigen project gegooid werd zonder enige wederhoor." aldus Pondaag.

Over deze beschamende gang van zaken blijft de gemeente liegen. In het artikel in het AD op 18 oktober wordt gedaan alsof Lombok de VOC- straatnamen behoudt ondanks De Grauwe Eeuw. Hoe het ook zij, De Grauwe Eeuw is vooralsnog blij dat er resultaat is. “Zoals het beschreven staat is precies wat wij beoogden, dat de koloniale misdaden van mensen waar wij straten naar vernoemen, meer bekendheid krijgen.” aldus Michael van Zeijl van De Grauwe Eeuw. "Het is wel dubbel zo zuur dat een organisatie als artikel 1, wat zich vanwege door de staat opgelegde restricties niet mag uitspreken tegen racisme  aangezien racisme niet eens verboden is in dit land en zij alleen educatie mogen geven over wettelijke bepalingen mbt discriminatie. Hiermee bevestigen zij de witgewassen definitie van racisme. wij hadden juist nadrukkelijk aangegeven dat deze partij om deze reden geen geschikte partij zou zijn. De raciale agressie waarmee artikel 1 hierop reageerde bevestigde onze stelling. Ook met deze keuze koloniseert Gemeente Utrecht een dekolonisatieproject. Wat was opgezet als dekoloniaal project van niet witte Nederlanders is nu dus het zoveelste white saviors project geworden."

Dit is een fragment van het officiële besluit van gemeente Utrecht over ons eerste verzoek aan commissie straatnaamgeving:

https://drive.google.com/file/d/12QkhLcJidVUALvRlAbI9uLFalJE6o2Mm/view?usp=drivesdk

Bijgevoegd zijn geluidsopnames waarin duidelijk te horen is wat voor afspraken van Zeijl gemaakt heeft met wethouder Diepeveen en welke laatsgenoemde gebroken heeft.

Het eerste fragment is een beknopte samenvatting van het gehele gesprek wat in het geheel daaronder staat. Tot slot de brief van B&W

https://drive.google.com/file/d/15RpYldfUdGHkC25NKpjrk3FkLvOI55lw

https://drive.google.com/file/d/0B13Mxd6wfo1BQXYyUXBYeDdjSE0

https://drive.google.com/file/d/12QkhLcJidVUALvRlAbI9uLFalJE6o2Mm

maandag 14 mei 2018

Persbericht: Verdere juridische stappen inzake het genocidefeest van TivoliVredenburg!


Persbericht:


Verdere juridische stappen inzake het genocidefeest van TivoliVredenburg!

Actiegroep de Grauwe Eeuw heeft vandaag verdere juridische stappen gezet met betrekking tot het "Cowboys & Indians" genocidefeest. Vorige week wees de Officier van Justitie de aangifte voor discriminatie van De Grauwe Eeuw af, daarom start de actiegroep een artikel 12 procedure. "Een wit Openbaar Ministerie gaat voor niet witte mensen bepalen wat racistisch is, dat is institutioneel racisme van het hoogste niveau"' aldus de indiener van de aangifte, Michael van Zeijl. Naast de artikel 12 procedure stelt de actiegroep de gemeente Utrecht in gebreke omdat deze niet binnen de wettelijke termijn handhavend heeft opgetreden. De actiegroep had de gemeente gesommeerd de subsidie van TivoliVredenburg in te trekken.

Het OM motiveert hen besluit op de verkeerde aanname dat het racistische blackface, Zwarte Piet, geen racisme is dus dat redface ook geen racisme kan zijn. Het Europees hof voor de rechten van de mens denkt daar echter anders over. "Wij gaan alle procedures volgen tot aan het Europees hof," schrijft van Zeijl in het persbericht, "het einde van de tijd dat Nederland racisme toestaat is hiermee in zicht. Wij zien deze procedure namelijk met vertrouwen tegenmoet." Concludeert hij het persbericht mee.






vrijdag 11 mei 2018

Persbericht Bezwaarschrift Straatnamen Leiden




Bezwaarschrift Straatnamen Leiden

Vandaag is er een bezwaarschrift gestuurd aan gemeente Leiden na hun weigering handhavend op te treden tegen koloniale verheerlijking. Eind januari werden in diverse steden vergelijkbare verzoeken ingediend na een oproep op de facebook pagina van De Grauwe Eeuw. Tot nu toe heeft enkel de gemeente Leiden gereageerd. In de andere gemeenten; Amsterdam, Breda en Den Haag is daarom vandaag het dwangsommiddel ingeroepen. Het lijkt erop dat ze deze procedure nog wel even willen laten doorslepen maar dat maakt voor ons geen verschil, wij hebben een lange adem.


- B E Z W A A R S C H R I F T -

Geachte College,

Hierbij ga ik, ondergetekende ….., wonende te Leiden, in bezwaar tegen uw besluit d.d 29 maart 2018 met kenmerk …. Uw besluit mijn handhavingsverzoek d.d. 13 februari 2018 niet ontvankelijk te verklaren. De gronden van mijn bezwaar luiden:

U stelt zich ten onrechte op het standpunt dat ik niet in mijn eigen belang geraakt zou worden en het geen rechtstreeks belang betreft.

Artikel 125 Gemeentewet
U stelt zich ten onrechte op het standpunt dat artikel 1 van de Grondwet u geen handhavingsbevoegdheid geeft. De Grondwet omschrijft de centrale taak van de overheid. Voor zover de grondwet geen directe handhavingsbevoegdheid geeft dient deze wezenstaak door de overheid te worden gerealiseerd in lagere wetgeving. Zo de gemeentewet u geen handhavingsbevoegdheid geeft, duit dit enkel op een ernstige tekortkoming in de wetssystematiek.

Geen besluit
U stelt zich ten onrechte op het standpunt dat uw besluit geen besluit is nu deze volgens u geen rechtsgevolgen heeft. Het rechtsgevolg van uw besluit is dat ik ernstig belemmerd wordt in de ongehinderde uitoefening van mijn grondrechten zoals die mij zijn gegarandeerd in de grondwet en internationale verdragen.

Eigen belang
Graag wijs ik u er op wijzen dat het hier door u aangehaalde citaat uit mijn handhavingsverzoek de definitie van discriminatie betreft zoals vervat in artikel 90quater van het wetboek van strafrecht.

Objectief bepaalbaar belang
Met uw stelselmatige ontkenning van historisch vaststaande feiten creëert u hier een sofisme. Het betreft hier (door mij) ‘vermeende massamoordenaars’ zoals u dit graag zou zien, maar ‘massamoordenaars. Dat is objectief vaststaand historisch feit waar geen enkele discussie over mogelijk is. Met de stelselmatige ontkenning van dit feit, waar u zich in uw brief ook schuldig aan maakt, wordt ik ernstig belemmerd in de uitoefening van mijn grondrechten. Derhalve maakt u zich als overheidsorgaan met uw brief schuldig aan discriminatie zoals strafbaar gesteld in onder anderen artikel 137g van het wetboek van strafrecht.

Persoonlijk belang
Ik kan me in Leiden niet verplaatsen zinder tegen schokkende koloniale verheerlijking aan te lopen. Dat u met een meetlint de enkele voorbeelden welke ik in mijn handhavingsverzoek genoemd heb bent gaan nalopen, doet daar zeker niet aan af. Of wenst u mij no go zones op te leggen?


Tot slot
Ik persisteer en volhard in al hetgeen ik in deze procedure reeds naar voren heb gebracht en beschouw dat bij deze als herhaald en ingelast.

Verzoek
Het is op deze grond dat ik meen dat ten onrechte wordt besloten mij niet ontvankelijk te verklaren in mijn handhavingsverzoek. Ik verzoek dan ook gegrondverklaring van dit bezwaar en alsnog uitvoering te geven aan mijn handhavingsverzoek d.d. 13 februari 2018.

Voorts verzoek ik vergoeding van de kosten van deze bezwaarfase.

Hoogachtend,

XXXXXXX


-----------

Concept ingebrekestelling zoals cerstuird naar de andere gemeenten:

- I N G E B R E K E S T E L L I N G -


[Maam]
[Straat] #
######  [PLAARS]
tel: ## - ### ## ###
[email]
Gemeente [Plaats]
t.a.v. het college van B&W
[Straat] #
######  [PLAATS]


betreft: Ingebrekestelling niet tijdig beslissing handhavingsverzoek.
uw kenmerk: [Kenmerk]

[Plaats], 10 mei 2018
Geacht college,

Door middel van deze brief stel ik u conform artikel 4.17 algemene wet bestuursrecht (hierna: AWB) in gebreke vanwege het niet binnen de in artikel 4.13 AWB genoemde redelijke termijn, welke termijn op 1 maart jl. verstreken is, reageren op mijn handhavingsverzoek d.d. 30 januari 2018.

Zo u niet binnen twee weken na heden alsnog reageert op mijn handhavingsverzoek, verbeurt u aan mij ingevolge 4.17 lid 2 AWB een dwangsom.

In afwachting van uw spoedige reactie verblijvende.

Hoogachtend,



[Naam]





Over de 4,5 miljard gulden ‘herstelbetalingen’ die Indonesië aan Nederland heeft betaald

Over de financiële voordelen die Nederland gehaald heeft uit de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië op 27 december 1949 wordt door Neder...